De Kattenpil

Gezien de overschot aan kittens die elk jaar weer in asielen gedropt worden, zal de verantwoordelijke katteneigenaar aan geboortecontrole doen. De veiligste manier is het steriliseren van poezen en het castreren van katers.

Kattinnen kunnen echter - net als vrouwen - ook de pil krijgen. Deze kattenpil bestaat niet enkel in tabletvorm, maar kan ook als inspuiting toegediend worden: de prikpil. De kattenpil bevat het vrouwelijk hormoon progesteron.

Voordelen

De voordelen van de katten pil en de prikpil zijn duidelijk:

  • de poezen kunnen niet meer drachtig worden. Bovendien is het een eenvoudige oplossing: één inspuiting van de prikpil onderdrukt de krolsheid gedurende maanden.
  • Deze manier van werken is niet onomkeerbaar: als men ooit nog een nestje wil van de poes kan men eenvoudigweg stoppen met de pil en zal de poes terug krols kunnen worden

Nadelen

Jammer genoeg zijn er vele nadelen verbonden aan de kattenpil en de prikpil:

  • De prikpil is duur
  • De toegediende hormonen verhogen het risico op baarmoederontsteking, een levensbedreigende aandoening. Vooral voor de prikpil ligt dit risico beduidend hoger
  • Het risico op melkkliertumoren wordt verhoogd. Deze zijn bij katten meestal kwaadaardig.
  • Het toedienen van de minder schadelijke kattenpil (vergeleken met de prikpil) is niet eenvoudig. Elke katteneigenaar die al eens een pil heeft moeten toedienen aan zijn poes zal dit kunnen beamen! Bovendien moet de pil redelijk frequent gegeven worden. Het risico dat de kat de pil uitbraakt met een haarbal is niet ondenkbeeldig.
  • Een groter risico op het ontwikkelen van diabetes mellitus of suikerziekte
  • Vaak wordt de poes dikker door de pil
  • Gedragsveranderingen kunnen optreden

Het is duidelijk dat in de meeste gevallen de voordelen niet opwegen tegen de nadelen! Enkel wanneer men een goede reden heeft om niet over te gaan naar een sterilisatie zal men opteren voor de kattenpil.

De kattenpil wordt vaak gegeven aan poezen die later nog voor de fok moeten dienen of aan oude poezen waarvan men ze niet meer wil opereren.