Suikerziekte
Normaal wordt het suikergehalte in het bloed op peil gehouden door het hormoon insuline. Dit wordt geproduceerd door gespecialiseerde cellen in de alvleesklier of de pancreas. De insuline wordt in het bloed losgelaten als het suikergehalte in het bloed te hoog dreigt te worden, zoals na een maaltijd. De insuline zorgt er dan voor dat het het overtollige suiker wordt opgeslagen voor later, wanneer er een suikertekort dreigt.
Bij diabetes mellitus of suikerziekte produceert de alvleesklier geen of te weinig insuline. Dit is een vaak voorkomende ziekte bij de kat, net als diabetes bij de hond.
Het suikergehalte in het bloed wordt niet meer op een constant peil gehouden, maar gaat zeer hoog stijgen: men spreekt dan van hyperglycemie.
Bij de huiskat komen type I en type II diabetes ongeveer even vaak voor.
Symptomen
Suikerziekte wordt gekenmerkt door een erg groot dorstgevoel. De kat krijgt polyurie/polydipsie: ze zal zeer veel beginnen drinken en plassen. Vaak gaat de kat vermageren ondanks dat ze veel eet.
Na langere tijd (maanden of jaren) kan ook het typische symptoom optreden dat de kat achteraan op de hielen loopt ipv op de tenen.
In onbehandelde suikerziekte is er het gevaar dat het dier in ketoacidose gaat. Dit is een potentieel levensbedreigende aandoening en dient met spoed behandelt te worden. De kat zal dan zeer suf tot comateus worden, braken, stoppen met eten en uitdrogen.
Diagnose
Bij suikerziekte zal het suikergehalte in het bloed en in de urine veel te hoog zijn. De diagnose wordt dan ook gesteld aan de hand van een bloed- of urineonderzoek.
Behandeling
De behandeling van suikerziekte bij de kat bestaat uit het dagelijks inspuiten van insuline.
Bij type II diabetes kan men tabletten toedienen, maar hier is weinig over gekend bij katten.
Het vaststellen van de juiste dosis insuline kan soms een moeilijke taak zijn! Het kan weken tot maanden duren alvorens men de juiste dosis vindt. Te veel insuline geven kan levensbedreigend zijn, men start dan ook altijd met een zeer lage dosis die men langzaamaan opbouwt tot de juiste dosis.
Ook een aanpassing van het dieet zal nodig zijn. De dieren worden op een strikt dieet gezet met een speciaal aangepast voer.
Indien men te veel insuline toedient bestaat het gevaar dat de kat in hypoglycemie gaat: het suikergehalte in het bloed wordt te laag. Dit is een gevaarlijke situatie en indien men de eerste symptomen ervan ziet moet men dadelijk de kat suiker toedienen, best in de vorm van suikerwater.
Prognose
De prognose van een goed behandelde diabetes mellitus is vrij goed. De meeste dieren kunnen nog enkele jaren zonder al te veel problemen verder.
Het rigoureus opvolgen van de behandeling is echter van groot belang.